Tweede Kamer geschokt door overtredingen gewasbescherming snijbloementelers

De Kamerleden baseerden zich op een recente controle door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), waarbij bij 71 onderzochte bedrijven in 2024 en 2025 43 overtredingen aan het licht kwamen. D66-Kamerlid Anne-Marijke Podt noemt de situatie 'onverantwoord naar consumenten, medewerkers en bloemisten'. Laura Bromet van GroenLinks-PvdA vindt het aantal gevallen waarin de regels niet zijn nageleefd – 40 procent – 'shockerend'.
Demissionair landbouwminister Femke Wiersma erkent dat het aandeel overtredingen zorgwekkend is. Ze benadrukt dat er diverse acties in gang zijn gezet. 'De NVWA gaat stappen zetten om de naleving in deze sectoren te verhogen. Een onderdeel daarvan is bijvoorbeeld het zwaarder sanctioneren van overtredingen, zeker ook bij bedrijven die herhaaldelijk de fout ingaan, om te kijken of ze daar iets in het sanctieregime kunnen doen.'
Administratieve fouten
Wiersma nuanceerde de kritiek door te wijzen op oorzaken zoals administratieve fouten of een verkeerde spuitkop. Volgens haar betekenen de cijfers niet dat de hele sector 'er een potje van maakt'. Verder draagt ze de verdere uitwerking van het beleid over aan haar opvolger.
Om meer inzicht te krijgen in het gebruik van middelen op bedrijfs- of perceelsniveau, wordt er gewerkt aan een 'benchmarksysteem'. Daarnaast ziet de minister potentie in een registratiesysteem voor middelen, geïnspireerd op de diergeneeskunde, waarbij eindgebruikers verantwoording afleggen over de toegepaste middelen.
Import snijbloemen
De Kamerleden spraken eveneens hun ongerustheid uit over residuen op geïmporteerde sierteeltproducten. Ze verwijzen naar een adviesrapport waaruit blijkt dat snijbloemen van buiten de Europese Unie (EU) vaak te veel bestrijdingsmiddelen bevatten en soms zelfs middelen die in Nederland verboden zijn. BBB-Kamerlid Caroline van der Plas wijst op de import uit niet-EU-landen, waar de poort volgens haar 'wagenwijd open' staat voor producten die niet aan Nederlandse normen voldoen,terwijl er onvoldoende controlecapaciteit is.
Volgens Wiersma is het beleid er in algemene zin op is gericht dat voedingsmiddelen en sierteeltproducten onder dezelfde productiestandaarden worden geproduceerd als in Nederland of in Europa. 'In Nederland kennen wij zeer hoge productiestandaarden. In sommige gevallen, bijvoorbeeld in de dierhouderij, gaan we zelfs verder dan de Europese richtlijnen ons verplichten. De inzet is er altijd op gericht dat we hier niet importeren wat we hier niet mogen produceren. Dat geldt ook op dit punt.'
Alternatieven verplicht stellen
In een eerdere brief aan de Tweede Kamer had de minister al een overzicht gegeven van de laatste ontwikkelingen op het gebied van gewasbescherming. Ze schreef dat de Raad van State heeft afgeraden om de toepassing van alternatieven voor gewasbeschermingsmiddelen verplicht te stellen. Hier wordt al enige tijd aan gewerkt. De raad adviseert het voorstel te wijzigen.
Volgens de Raad van State is onvoldoende onderbouwd hoe de verplichting bijdraagt aan de doelstelling uit de Europese Richtlijn duurzaam gebruik. Het is onduidelijk onder welke omstandigheden niet-chemische alternatieven voldoende bescherming bieden tegen ziekten, plagen en onkruiden. Ook is niet helder voor wie de verplichting precies zou gelden en voor welke toepassingen en teelten. Dergelijke essentiële onderdelen moeten in een algemene maatregel van bestuur worden vastgelegd. 'Op die manier kunnen de belangrijke elementen van een verplichte alternatieve methode op het juiste regelgevingsniveau worden geregeld', stelt de Raad van State.
Informatiepunt voor omwonenden
Het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur van Nederland heeft gekeken naar een 'passend en haalbaar' informatiepunt voor omwonenden van agrarische percelen waarop gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast. Daarvoor
zijn gesprekken gevoerd met instanties zoals de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), de NVWA, enkele GGD's en het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb). Besloten is een structureel kwartaaloverleg op te zetten, waarin partijen elk kwartaal actuele ontwikkelingen en gezamenlijke vragen van omwonenden kunnen bespreken.
Daarnaast komt er een overzicht van rollen en verantwoordelijkheden van alle partijen, zodat omwonenden weten waar ze met vragen naartoe kunnen. Dit wordt begin 2026 gepubliceerd op de website van de Rijksoverheid.