Sectoren klaar voor start convenant gewasbescherming

Telers en ketenpartners spreken daarbij de intentie uit om zich in te zetten voor de gestelde doelen rond weerbare teeltsystemen en het verminderen van het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen.
Tegelijkertijd benadrukken de organisaties dat de praktijk steeds uitdagender wordt. Telers merken nu al dat het moeilijker is om gewassen gezond te houden. Dit komt door nieuwe ziekten en plagen als gevolg van klimaatverandering, maar ook door een steeds beperkter middelenpakket. Daarnaast laten groene alternatieven en innovatieve technieken nog te lang op zich wachten.
Randvoorwaarden
Volgens de sectorvertegenwoordigers moeten het convenant gewasbescherming daarom nadrukkelijk ook ingaan op de noodzakelijke randvoorwaarden. Die zijn essentieel om ervoor te zorgen dat telers en tuinders voldoende opbrengst van goede kwaliteit kunnen realiseren. Het gaat hierbij om beschikbare middelen en effectieve maatregelen die bijdragen aan het behalen van teeltdoelen, maar ook om rechtszekerheid, versnelling van nieuwe oplossingen voor gewasbescherming en duidelijkheid over hoe om te gaan met toenemende oogstrisico’s.
Een belangrijk punt in de Kamerbrief is volgens LTO-voorzitter Ger Koopmans de betrokkenheid van gemeenten bij het traject. Hij noemt dit een positieve ontwikkeling: ‘Die toezegging zorgt voor meer uniformiteit in gebiedsgerichte regels over gewasbeschermingsmiddelen. Dit is een positief, vertrouwenwekkend eerste signaal dat wij zeker waarderen.’
Voor de zomer
In de aanloop naar het convenant gewasbescherming hebben de betrokken organisaties al overleg gevoerd met diverse partijen om de inzet van telers en ketenpartners in kaart te brengen. Tijdens het verdere traject blijven zij in nauw contact met hun achterban en andere relevante organisaties om de inhoud verder uit te werken. De overheid wil nog voor de zomer een convenant op hoofdlijnen presenteren, gevolgd door sectorale deelconvenanten.
De organisaties erkennen dat de uiteindelijke convenanten niet alleen voordelen (‘zoet’) zullen bevatten, maar ook minder gunstige elementen (‘zuur’). Daarbij zal steeds
worden gekeken of er sprake is van een evenwichtige balans. Ook geven zij aan begrip te hebben voor maatschappelijke zorgen over de effecten van gewasbeschermingsmiddelen op gezondheid, natuur en waterkwaliteit. Tegelijkertijd benadrukken zij dat ook de zorgen van telers en plantaardige ketens nadrukkelijk onderdeel moeten zijn van de afspraken.