NVWA kan belangrijke regels voor gewasbescherming moeilijk handhaven

Volgens de Rekenkamer zijn zeven van de veertien belangrijkste voorschriften voor het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen lastig te controleren door de NVWA. De overheidscontroleur noemt dat een zorgelijke constatering, omdat effectief toezicht essentieel is om risico’s voor mens en milieu te beperken.
Door de manier waarop regels zijn opgesteld en het toezicht is ingericht, bestaat er volgens de Rekenkamer onvoldoende zekerheid dat mogelijke schade aan gezondheid en leefomgeving daadwerkelijk wordt voorkomen. Zo geldt een verbod op het spuiten bij harde wind, maar blijkt dit in de praktijk moeilijk handhaafbaar.
Daarnaast ontbreekt het aan duidelijke afspraken over kwetsbare gebieden waar het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen extra risico’s met zich meebrengt. De overheid heeft niet vastgelegd welke gebieden hieronder vallen en ook ontbreken voorschriften over de minimale afstand die bij het spuiten tot deze zones moet worden aangehouden.
Naleving blijft achter
In eerdere jaren gold het streven dat 90 procent van de regels zou worden nageleefd. Dat doel is in 2025 losgelaten door de toenmalige landbouwminister Femke Wiersma (BBB). Uit cijfers van de NVWA blijkt dat de daadwerkelijke naleving uitkwam op 68 procent.
De Rekenkamer wijst erop dat het afspoelen van gewasbeschermingsmiddelen naar grond- en oppervlaktewater een reëel risico vormt, ook in natuurgebieden. Hierdoor bestaat de kans dat Nederland de doelen uit de Europese Kaderrichtlijn Water, die in 2027 moeten worden gehaald, niet tijdig realiseert.