De verwerking van behaalde punten door Bureau Erkenningen is vertraagd 

Nieuws

« Terug naar nieuwsoverzicht

Kamer wil stevige afspraken in Convenant gewasbescherming

Kamer wil stevige afspraken in Convenant gewasbescherming
De Tweede Kamer wil dat het Convenant gewasbescherming leidt tot concrete stappen om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen terug te dringen. De afspraken mogen niet vrijblijvend zijn, benadrukt Anne-Marijke Podt (D66). ‘Er moet straks wel iets liggen met tanden.’

Het onderwerp gewasbescherming leidt tot verdeeldheid in de Tweede Kamer. Dat bleek donderdag tijdens het Kamerdebat over dit dossier. Centraal staat het Convenant gewasbescherming, waarmee het kabinet samen met de sector het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen wil verminderen. In juli ondertekenden organisaties uit de agrarische sector hiervoor al een hoofdlijnenakkoord. De volgende stap is het sluiten van een generiek deelconvenant en zeven deelconvenanten voor afzonderlijke agrosectoren. Daarin wordt de opgave verder uitgewerkt.

Hoewel geen van de Tweede Kamerleden tegen het convenant is, plaatsen zij wel vraagtekens bij de aanpak. ‘Ik denk dat er iets moois uit kan komen. Er wordt gesproken over een forse reductie en er komen afspraken over water, natuur en de leefomgeving’, zegt Anne-Marijke Podt van D66. ‘Maar er moet geleverd worden. We hebben dit vaker gezien. Er waren eerder al een convenant, actieplan en toekomstvisie. Plannen en papier. Daarom moet er deze keer iets liggen met tanden. Want wat gebeurt er als de sectorpartijen klaar zijn en het resultaat niet optelt om bijvoorbeeld de Kaderrichtlijn Water te halen?’

Stok achter de deur

Ook Laura Bromet (PRO) ziet veel positieve elementen in het convenant, dat volgens haar ‘doorspekt van goede bedoelingen’ is. Tegelijkertijd vraagt zij zich af of er een ‘stok achter de deur’ nodig is. Ondernemers moeten volgens haar kunnen worden aangesproken wanneer de voortgang uitblijft.

Podt, Bromet en Ines Kostic (Partij voor de Dieren) stellen daarnaast de vraag wat het Convenant gewasbescherming waard is zonder de steun van maatschappelijke organisaties. Stichting Natuur & Milieu en LandschappenNL namen deel aan de onderhandelingen, maar trokken zich uiteindelijk terug.

BBB, PVV, JA21 en SGP wijzen juist op de mogelijke gevolgen voor de voedselproductie wanneer belangrijke gewasbeschermingsmiddelen op korte termijn worden verboden, terwijl er nog geen alternatieven beschikbaar zijn om gewassen te beschermen. ‘Rücksichtslos middelen schrappen geeft problemen’, stelt Caroline van der Plas (BBB).

Bijdrage keten

Joris Lohman (CDA) vindt dat de uitwerking van het Convenant gewasbescherming gericht moet zijn op het beperken van de belasting van het milieu en de leefomgeving. Het aantal kilo's gewasbeschermingsmiddelen terugdringen mag volgens hem niet het enige doel zijn. Ook moet de keten een bijdrage leveren. PVV-Kamerlid Chris Jansen waarschuwt voor aanvullende nationale regels boven op het Europese beleid, omdat die de concurrentiepositie van Nederlandse telers kunnen verzwakken.

Staatssecretaris Silvio Erkens van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur betreurt het dat de maatschappelijke organisaties zich hebben teruggetrokken uit het Convenant gewasbescherming. Volgens hem blijven natuurorganisaties, milieuclubs en bewonersgroepen wel partner bij de verdere uitwerking van de convenanten. Maar zij onderhandelen niet mee over de inhoud.

Erkens benadrukt dat het convenant concrete en stevige afspraken zal bevatten. ‘We werken aan generieke reductiedoelen met wettelijke doelstellingen en kaders. Voor bijvoorbeeld leefomgeving, water en natuur worden afspraken vastgelegd en daar wordt op gehandhaafd.’

Deelconvenanten

De afzonderlijke agrosectoren werken in hun deelconvenant uit hoe zij de generieke doelen willen borgen, vervolgt de staatssecretaris. ‘Wij toetsen of de borging sterk genoeg is. En als er niet wordt geleverd op de tussendoelen, zullen we met aanvullend beleid komen.’

Dat de bovenwettelijke afspraken over reductiedoelen kunnen leiden tot beleid dat afwijkt van de Europese regels, is volgens Erkens niet ongebruikelijk. ‘Lidstaten kunnen daar zelf invulling aan geven.’ Als voorbeeld noemt hij Denemarken, waar onder meer een verbod op PFAS-houdende middelen is ingevoerd.

De Tweede Kamer hoeft niet over de convenanten zelf te stemmen, maar wel over de wetswijzigingen die daaruit voortkomen. De staatssecretaris hoopt desondanks dat de Tweede Kamer de afspraken met de sectorpartijen steunt. ‘Het helpt als we straks een akkoord hebben dat tot 2040 voor stabiliteit zorgt en waarvoor ook politiek draagvlak is, onafhankelijk van welke toekomstige kabinetten er zijn. Stabiel beleid zorgt ook voor zekerheid voor telers, zodat ze kunnen investeren.’

Nieuwsbrief