Convenant gewasbescherming moet einde maken aan lokale regels

Het convenant bevat nog geen concrete uitwerking van de maatregelen om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen terug te dringen. Die volgt na de zomer, wanneer de betrokken partijen starten met het opstellen van deelconvenanten. Per deelsector worden daarin de afspraken verder uitgewerkt, waaronder de reductiedoelstellingen.
De uiteindelijke reductiedoelen moeten in 2040 zijn bereikt. Om de voortgang te volgen, zijn evaluatiemomenten afgesproken in 2030 en 2035. Ook wordt een onafhankelijke gegevensautoriteit opgericht die informatie verzamelt over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de milieubelasting daarvan. Met die gegevens moeten gerichte maatregelen mogelijk worden om de impact verder te verlagen.
Minder impact
Een belangrijk onderdeel van het convenant is het terugdringen van de effecten van gewasbeschermingsmiddelen op natuur, water en de leefomgeving. Daarbij wordt onder meer gekeken naar locaties waar mensen langdurig verblijven, zoals scholen, kinderdagverblijven en woningen. Uiterlijk 1 maart 2027 moet hiervoor een landelijk kader gereed zijn. Dat moet ook een einde maken aan de middel- of teeltverboden die sommige provincies en gemeenten lokaal hebben ingesteld.
Daarnaast willen de partijen een programma opzetten voor innovatie en kennisdeling. Dat moet bijdragen aan de ontwikkeling van nieuwe technieken en de toepassing daarvan in de praktijk. Voor de uitvoering van het volledige convenant heeft het kabinet indicatief 250 miljoen euro gereserveerd.
Deelconvenanten
De uitwerking van de deelconvenanten begint in september. De bedoeling is dat deze eind 2026 gereed zijn. Het hoofdlijnenconvenant is op zichzelf niet juridisch bindend. Samen met de deelconvenanten moet het uiteindelijk zorgen voor een geborgde uitvoering van de afgesproken doelen.
Het convenant is ondertekend door het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), de Unie van Waterschappen, LTO Nederland, het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK), BO Akkerbouw, Greenports Nederland en het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL).