De hoeveelheid stikstof die een teler het beste kan overbemesten kan hij goed bepalen met de kaarten van BioScope. De hoeveelheid aanwezige stikstof in de bovengrondse bladmassa van de aardappelen is te bepalen door de kaarten voor biomassa en stikstof naast elkaar te leggen. Dat is een goede stap naar een taakkaart voor kunstmest.

‘Het voordeel van de Biomassakaart is dat je het hele perceel meet. De kaart geeft de totale bovengrondse massa. Dat is een nauwkeurige methode’, zegt Jeroen Verschoore van BioScope. ‘Als je de stikstofkaart ermee combineert  zijn er vier mogelijkheden: veel biomassa met veel stikstof, veel biomassa met weinig stikstof, weinig biomassa met veel stikstof of weinig biomassa met weinig stikstof. Afhankelijk van de situatie ga je daarop de overbemesting variëren. Als je in het groeiseizoen heel veel loof op de aardappelen hebt met veel stikstof erin, is dat eigenlijk fout gegaan. Zo veel bladmassa bij de knolzetting heb je liever niet. Bij weinig stikstof kan je bijstrooien. Kleinere planten met veel stikstof groeien zonder overbemesting nog wel door.’

Door naar de tijdreeks van de kaarten te kijken, kan de teler zien hoe de mineralisatie uit de mest in de loop van het groeiseizoen het gewas van voeding voorzag. De stikstofkaarten gaven eerder al aan in welke delen van de percelen stikstofgebrek optrad. Dat kan verschillende oorzaken hebben. Daarom raadt Verschoore aan tijdig in het veld te scouten en de oorzaak te bepalen van achterblijvende gewasontwikkeling. Wat is de oorzaak van het stikstof gebrek, problemen met de opname of onvoldoende voorraad? Het kan immers ook droogte of een verdichte laag in de wortelzone zijn. ‘Na de diagnose kan je pas een taakkaart maken. Bij onvoldoende vocht kan het een slecht idee zijn om extra stikstof bij te strooien.

Het verloop van de stikstofopname is volgens Verschoore een goede indicator om de bijbemesting op te bepalen. Daarbij moet als oorzaak vaststaan dat het om gebrek aan beschikbare stikstof gaat. Verschoore: ‘Bij te hard dalen van de stikstofopname, moet je bijgeven. Daalt de opname juist te langzaam, dan had je kunnen besparen op de mestgift. Een goede les voor komende teelten.’

 

De kaarten van BioScope zijn ook via de app FieldScout te gebruiken en de teler kan aanvullende kaarten aanschaffen. Via de computer kan de teler een taakkaart maken. Dat gebeurt met behulp van weerdata en een groeimodel. Blijft het gewas achter, dan berekent het model wat er nodig is. De software van Akkerweb of Cloudfarm helpen bij de koppeling van gegevens. Een andere optie, ook voor telers waarvan de mechanisatie niet direct een taakkaart aankan, of die niet met een USB-stick aan de gang willen, is met de stikstofkaart op de FieldScout app zelf al rijdend variëren in de dosis stikstof. Ook het meespuiten van stikstof bladmeststoffen met de phytophtorabespuiting aan de hand van deze kaarten is een mogelijkheid.

Maak nu kennis met BioScope kaarten en download de app: FieldScout