De coronacrisis liet het niet toe om bijeenkomsten voor het halen en behouden van een spuitlicentie te organiseren. Melkveehouder Frank Jansen uit Olst vond het leren via Spuitlicentie.nl daarom wel heel handig. Hij spuit graag zelf zijn maïs, gras en zetmeelaardappelen. ‘Mechanisatie is wel een hobby van me’, zegt hij.

‘Voor een melkveehouder zit ik wel vrij ruim in de grond’, zegt Jansen. ‘Ik teel daardoor wat intensiever dan andere melkveehouders. Behalve maïs en gras heb ik zetmeelaardappelen. Het past me heel goed om zelf het spuitwerk daarin te doen.’

Tijdens zijn opleiding had hij ooit wel een spuitlicentie gehaald, maar die was nooit verlengd. ‘Ik heb dus maar het pakket besteld van Spuitlicentie.nl. Daar moest ik me eerst doorheen werken voor ik examen kon doen. Het was een pittige hoeveelheid stof. Alleen voor de spuitkennis was ik al per blok twee tot drie uur bezig. Bovenop de vier blokken kwam nog een pakket algemene plantenkennis. Het lukte me door een week lang elke avond ermee bezig te zijn.’

Voor het examen kon hij dit voorjaar alleen terecht in Naaldwijk. ‘Het is een mooie locatie. Ik had hard gewerkt en ben geslaagd. Nu kan ik zelf de spuitbeurten doen. In de aardappelen maak ik ongeveer elke week een rondje.’

Gemak

Door online te leren kon Jansen zelf bepalen wanneer hij leerde. ‘Ik ging er gewoon steeds ’s avonds voor zitten. Het enige nadeel van zo leren is dat je niet precies weet wat je op het examen kan verwachten.’ Voor het bijhouden van de kennis kan hij de benodigde punten halen via Spuitlicentie.nl of ook eens meedoen aan een bijeenkomst van loonbedrijf Markvoort, dat in de buurt zit.

Dat een spuitlicentie onmisbaar is, merkt de veehouder als hij middelen wil bestellen bij zijn leverancier Agriant. ‘Die willen een kopie van je pasje hebben. Zonder dat bewijs kom je niet aan middelen.’

Jansen liet de spuit keuren, een getrokken Agrifac, zodat hij er drie jaar mee kan werken en hij rustte de spuit uit met de beste doppen voor zijn toepassingen. ‘Ik gebruik nu doppen met 90 procent driftreductie, zodat ik met veel middelen tot anderhalve meter uit de kant kan werken.’

Bij de middelenkeuze moet hij goed opletten. Het bedrijf zit in een waterwingebied, waardoor sommige middelen niet kunnen. Behalve de middelenkeuze is het verder van belang te weten hoe vaak een middel per seizoen mag en of er andere beperkingen zijn.

Het zelf spuiten geeft de teler de vrijheid het beste moment te kiezen, zonder daarbij met andere bedrijven te concurreren, zoals wanneer een loonbedrijf voor meerdere klanten werkt. ‘Ik kies in het gras wat ik zelf wel of niet accepteer en spuit daar waar ik dat nodig vind. Ik kan ook kiezen stukken niet te doen, als ik die minder nodig vind.’ De veehouder kan selectief zijn in de middelenkeuze of gebruik maken van de mogelijkheden een lage dosering in te zetten en eventueel vaker terug te komen.

Sinds Jansen de spuitlicentie heeft spoot hij in de maïs tegen onkruid, in het gras tegen ridderzuring en in de aardappelen tegen onkruid, Coloradokevers en phytophthora. Dat hij zelf de baas is bij deze werkzaamheden, geeft hem een goed gevoel en als hij advies nodig heeft kan Jansen goed terecht bij zijn leverancier.